En is er te werken bij
tocht en bij spel
zijn verkenners zo taai en zo fel.
Tot werken tot vechten tot sluipen op tijd
zijn wij immer en altijd bereid.
Want het spierenstel en botten ook
houdt Albertus steeds soepel en slap.
O, wij zien en horen zo goed
en nimmer ontzonk ons de moed.
Het is ons een lust
om kamperen te gaan
en ons kamp langs een beek op te slaan.
Het trekken en zwerven, een kampvuur erbij,
da's ons leven zo frank en zo vrij.
Of de zon fel schijnt of de regen plast,
maakt voor kerels als wij geen verschil.
En een storm bederft heus geen zin,
want daar gaan wij gewoon tegen in!